Gemeente Zevenaar erkent het Molukse leed tijdens bijzondere herdenking op 18 april

20 apr , 10:55Nieuws
moluks673954393_1268188688819545_7540072483631961124_n
In Zevenaar is op zaterdag 18 april stilgestaan bij het leed dat de eerste generatie Molukkers in Nederland heeft moeten ondergaan. Tijdens een bijzondere herdenking op drie begraafplaatsen in Zevenaar sprak burgemeester Lucien van Riswijk deze erkenning officieel uit.
De herdenking volgt op een belangrijk besluit van de gemeenteraad in mei 2025. Op verzoek van de Molukse gemeenschap besloot de raad om de graven van voormalige KNIL-militairen en hun echtgenotes een bijzondere status te geven. Deze graven op de algemene begraafplaats Rosorum (Methen 2A), de rooms-katholieke begraafplaats (Arnhemseweg 8) en de protestantse begraafplaats (Babberichseweg 25) worden tot 2060 vrijgesteld van grafrechten. Ook is besloten op alle drie de begraafplaatsen een monument te plaatsen.
Met dit besluit wil de gemeente recht doen aan de geschiedenis en het blijvende leed binnen de Molukse gemeenschap.
De eerste generatie Molukkers kwam in 1951 naar Nederland. Het ging om ruim 12.000 KNIL-militairen en hun gezinnen, die na de onafhankelijkheid van Indonesië naar Nederland werden overgebracht. Wat bedoeld was als tijdelijk verblijf, werd permanent.
De militairen verloren hun status, gezinnen kwamen terecht in kampen en barakken en terugkeer naar de Molukken bleek onmogelijk. Ook in Zevenaar vestigden zich begin jaren zestig Molukse gezinnen, onder andere in de P.C. Hooftstraat en de Bloemenbuurt. Zij bouwden hier, ondanks moeilijke omstandigheden, een nieuw bestaan op. Het gevoel van onrecht en gemis leeft tot op de dag van vandaag voort binnen de gemeenschap.
Tijdens de herdenkingsdag werden op alle drie de begraafplaatsen in Zevenaar de namen van KNIL-militairen voorgelezen. Op iedere locatie vond een onthulling van een monument plaats, werden bloemen gelegd en klonk de ‘Last Post’.
De herdenking begon op de algemene begraafplaats Rosorum, vervolgde zich naar de rooms-katholieke begraafplaats en eindigde op de protestantse begraafplaats aan de Babberichseweg. Tussen de locaties liep een stoet, begeleid door traditionele Molukse elementen zoals Tifa-spelers.
Aansluitend vond een kerkdienst plaats in de Molukse kerk en werd de dag gezamenlijk in de Molukse Stichtingsgebouw Waringin afgesloten.
Een aantal leden van Veteranen Zevenaar liepen ook mee. Burgemeester Lucien van Riswijk vervulde een prominente rol tijdens de herdenking. Hij liep mee in de stoet tussen de begraafplaatsen en nam, volgens Molukse traditie, plaats in een Prahoe: een ceremoniële boot die bij bijzondere gelegenheden wordt gebruikt. Daarmee kreeg hij een eervolle rol binnen de ceremonie.
Op de protestantse begraafplaats hield de burgemeester een toespraak waarin hij het leed van de eerste generatie officieel erkende:
‘Nederland verwerkte na het verlies van Nederlands-Indië zijn eigen trauma, maar vergat zijn belangrijkste bondgenoten. Verplicht kwamen de ex-KNIL-militairen naar dit land dat voor hen niet alleen koud was, maar ook kil.’
Hij benadrukte daarbij het belang van erkenning:
‘Het is belangrijk dat we het leed erkennen dat dit heeft veroorzaakt.’
Met deze herdenking en de blijvende maatregelen rondom de graven en monumenten zet de gemeente Zevenaar een belangrijke stap in het erkennen van het verleden. Tegelijkertijd draagt dit moment bij aan de verdere versterking van de band tussen de gemeente en de Molukse gemeenschap, die al decennialang een onmisbaar onderdeel vormt van de samenleving in Zevenaar.
loading

Loading articles...

Loading